De Prunus laurocerasus (gewone laurierkers), wordt nogal eens verward met de Laurus nobilus (LAURIER) verwisseld.

Prunus laurocerasus (laurierkers) is een sterk groeiende heester die veel schaduw kan verdragen. Wordt vaak als haag gebruikt, maar zo 'n haag wordt op den duur erg breed. Dat kunt u door regelmatig te snoeien natuurlijk op de gewenste breedte houden. Sommige variëteiten van de Prunus laurocerasus (laurier kers) kunnen zo groot worden dat het gewoon een kleine boom wordt. In principe hoeft een Prunus laurocerasus (laurierkers) niet te worden gesnoeid, tenzij de omvang moet worden beperkt. Snoeien kan in dat geval aan het einde van het voorjaar of aan het begin van de zomer. U kunt de plant of haag al direct bijhouden door regelmatige snoei, maar als er te lang niet gesnoeid is, dan zaagt of knipt u de takken die eraf moeten, ver terug tot op de stam of een gesteltak. De struik kan tot bijna aan de grond toe worden teruggesnoeid. De struik loopt probleemloos weer uit vanuit het oude hout. De Prunus laurocerasus Rotundifolia is een heel snel groeiende laurier. Laurierkers als de Prunus laurocerasus Otto luyken, Prunus laurocerasus Caucasica en de Prunus laurocerasus Reynvaanii b.v. groeien minder snel. Laurierkers bloeit in mei. Ze bloeien niet allemaal even uitbundig, de Prunus laurocerasus Rotundifolia is een minder bloeiende laurier.

De Prunus laurocerasus (laurier kers) is al sinds de 16de eeuw in cultuur. De struik komt van oorsprong uit de gebieden rond de Kaspische Zee, de Balkan en het noordoosten van Turkije. Een andere wetenswaardigheid over de plant zegt dat de herkomst nog verder terug gaat, n.l. dat de Laurier is afkomstig uit het Midden Oosten rondom het gebied van de Eufraat en de Tigris (momenteel Iran en Irak). Maar dan gaat het wel over de echte laurier, de Laurus nobilis. De Grieken brachten het, tijdens hun veroveringstochten, van het Perzische rijk naar Griekenland mee terug. De laurier (Laurus nobilus) was voor hen het symbool van wijsheid en glorie. Tijdens hun olympische spelen kregen de winnaars een krans gemaakt van lauriertakken als geschenk en teken van hun overwinning (lauwerkrans)

Van de gewone Prunus laurocerasus (laurierkers) is het blad langwerpig, per variëteit zijn ze korter, smaller of breder. Er is veel gekruist binnen de groep, zodat er heel veel variëteiten zijn. Zo zijn er die laag blijven en zodoende geschikt zijn als bodembekker, laurier met bont blad en die goed geschikt zijn om er een haag van te maken. De Prunus laurocerasus (laurier kers) groeit in het algemeen op alle grondsoorten, maar heeft een voorkeur voor humus- of zelfs kalkhoudende grond. De Prunus laurocerasus (laurierkers) bloeit in hoofdzaak vanaf april, waarna een blauwzwarte bes wordt gevormd.

Wat kenmerken van een paar veel gebruikte variëteiten.

Prunus laurocerasus Caucasica: Te gebruiken als solitair of in groep. Blad langwerpig en groot, glanzend. Redelijk winterhard en kan tot 3,00 meter hoog worden.

Prunus laurocerasus Mano: Compact groeiend, wordt ca. 1,50 meter hoog. Blad bij uitlopen bruinrood, later donkergroen. Redelijk winterhard.

Prunus laurocerasus Otto Luyken: Brede groeiwijze. Wordt maximaal 2,00 meter hoog. Blad smal, donkergroen. Te gebruiken in groep. Goed winterhard.

Prunus laurocerasus Reynvaanii: Opgaande groeiwijze, tot ca. 1,75 meter. Blad tamelijk groot, dofgroen. Geschikt voor haag. Goed winterhard.

Prunus laurocerasus Rotundifolia: Hoog groeiend, tot 4 meter. Geschikt als windkering. Blad lichtgroen, groot. Redelijk winterhard.

Prunus laurocerasus Van Nes: Brede en dichte groeiwijze, tot ca. 1,75 meter hoog. Blad klein elliptisch van vorm, donkergroen. Geschikt in groep. Goed winterhard.

Zoals hierboven al genoemd zou de Laurus nobilus (Laurier) door de Grieken uit het midden oosten mee naar Griekenland genomen zijn en wordt de plant nogal eens verward met de Prunus laurocerasus (gewone laurier kers). Later werd de Laurus nobilus (laurier) verspreid via de landen rond de Middellandse Zee en ten tijde van het Romeinse keizerrijk werden keizers en zegevierende veldheren gekroond met een laurierkrans. In de 17°eeuw heeft de Laurus nobilus (laurier) hier zijn ingang gevonden en rondom de 19°eeuw begon men in de omgeving van Brugge met de teelt van deze plant en er zijn daar nog steeds veel Laurus nobilus (Laurier) kwekerijen gevestigd. De Laurus nobilus (Laurier) is een houtachtige en groenblijvende heester die tweehuizig is: de mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op afzonderlijke planten. Oudere planten geven zwarte bessen met slechts één zaadje. De bladeren die lederachtig en glanzend aanvoelen geven bij het wrijven de typische aromatische geur af.

Behalve voor het gebruik in de keuken wordt Laurus nobilus (Laurier) gebruikt als versiering (solitair) en gekweekt en allerlei vormen als kegel, piramide, bolvorm, gedraaide stammen en worden de bladeren verwerkt in kransen, guirlandes, bladapplicaties e.d. Tijdens de zomer staan de Laurus nobilus (Laurier) laurierboompjes, die meestal in containers (kuipen) gekweekt worden, meestal op een zonnige solitaire standplaats. Sommige exemplaren (meestal oudere) gedijen in volle grond, hoewel Laurus nobilus (Laurier) eigenlijk niet volledig winterhard is. Vooral in de kuststreek en in stadstuinen (mits voldoende beschutting) kunnen ze temperaturen tot -5°C verdragen. Maar u kunt ze beter binnen in kuipen laten overwinteren. Zolang het niet gaat vriezen, kunnen ze buiten blijven staan, wilt u echter geen risico lopen, plaats ze dan op een koele, vorstvrije plaats (veel licht is niet nodig), geef iedere 4 à 5 weken water om er voor te zorgen dat de potkluit niet uitdroogt.

Een te warme overwintering werkt schildluisaantasting in de hand. De schildluizen produceren bij het aantasten van de planten de kleverige en zoete honingdauw, deze wordt op zijn beurt aangetast door de roetdauwschimmel die de bladeren zwaar bevuilt. Om de schildluizen en het vuil te verwijderen kan men de bladeren een voor een bovenaan maar vooral onderaan afborstelen met water en detergent. Na de behandeling de plant flink afsproeien.

Laurus nobilus (Laurier) is een sterke plant die zelden aangetast wordt door ziekten of insecten.

In mei mag men hem gerust buiten zetten, laat hem echter langzaam wennen aan het zonlicht indien hij uit een donkere overwinteringplaats komt (tegen verbranding).

Als het warm is Laurus nobilus (Laurier) dagelijks water geven, niet teveel = even slecht als te weinig! Grond: goed organisch bemeste potgrond die een PH heeft van 6,5 - 7 en wat klei bevat. Zorg voor goede drainage in de pot. Bemesting: langzaam werkende organische meststoffen die weinig zouten bevatten en die het best in het voorjaar toegediend worden. Ook langzaam werkende osmocote (voeding komt gereguleerd beschikbaar voor de plant, is verkrijgbaar in korrel en tablet vorm) kunstmest, is voor Laurus nobilus (Laurier) een goed alternatief.

Prunus laurocerasus = gewone laurierkers / Laurus nobilus = LAURIER.

Prunus laurocerasus Rotundifolia_blad (gewone laurier kers).

Laurusnobilus_blad (LAURIER).

Prunus laurocerasus Rotundifolia_blad laurierkers
Laurus nobilus_blad laurier
PRUNUS LAUROCERASUS ROTUNDIFOLIA. Laurier kers
Prunus laurocerasus Rotundifolia. LAURIERKERS
LAURUS NOBILUS. LAURIER
Navigatie scherm